Nr.38 : De liquidatiereserve, een interessante maatregel.


Op 29 december 2014 werd de programmawet ter uitvoering van het regeerakkoord gepubliceerd. Een nieuwe interessante maatregel hierin is de zogenaamde liquidatiereserve.

Inleiding

In 2013 heeft de toenmalige regering Di Rupo de roerende voorheffing op de liquidatieboni opgetrokken van 10% naar 25%. Bij wijze van overgangsmaatregel stond de wetgever toe dat bepaalde reserves geïncorporeerd konden worden in het kapitaal mits onmiddellijke betaling van een roerende heffing van 10%. Deze gereserveerde kapitalen kunnen vervolgens via een kapitaalvermindering aan de aandeelhouders uitgekeerd worden zonder bijkomende heffingen, mits het respecteren van een wachttermijn (in casu 4 jaar voor een KMO).

De programmawet geeft aan deze regeling van de liquidatiereserve een permanent karakter voor kleine vennootschappen, zij het mits naleving van enigszins gewijzigde modaliteiten.

Wat is de opzet?

De opzet van de regeling is dat de kleine vennootschappen hun boekhoudkundige winst van een bepaald boekjaar (na belasting) kunnen aanleggen als liquidatiereserve.

Overgedragen of gereserveerde winsten uit voorgaande jaren kunnen niet gebruikt worden voor het aanleggen van de liquidatiereserve.

Wanneer een liquidatiereserve op de winst van de vennootschap wordt aangelegd zal er een afzonderlijke aanslag van 10% op de gereserveerde winst van het boekjaar na belastingen gevestigd worden. Die afzonderlijke aanslag van 10% is een vennootschapsbelasting en géén roerende voorheffing. De afzonderlijke aanslag wordt dus gedragen door de vennootschap en niet door de aandeelhouder!

Wat nu met die opgebouwde afzonderlijke reserves?

Drie scenario's worden voorzien door de wet:

Ofwel doet men een dividenduitkering binnen de 5 jaar
Ofwel doet men een dividenduitkering na 5 jaar
Ofwel liquideert men de vennootschap

Indien de vennootschap zou beslissen om de liquidatiereserve uit te keren binnen de 5 jaar na het aanleggen van die reserve dan zal er een roerende voorheffing van 15% verschuldigd zijn.

Indien de vennootschap beslist om uit te keren na 5 jaar na het aanleggen van die reserve dan is er nog slechts een roerende voorheffing van 5% verschuldigd.

Wanneer de vennootschap beslist om te vereffenen, ongeacht de tijdsduur na het aanleggen van de reserve, dan is er geen roerende voorheffing verschuldigd.

Hoeveel betaalt men nu juist?

Hoeveel men nu juist betaalt is het makkelijkst uit te leggen via een voorbeeld.

Stel dat een vennootschap beslist om in jaar X 10.000 EUR belaste winst op een liquidatiereserve te plaatsen. De vennootschap zal hier 1.000 EUR (zijnde 10%) belasting op moeten betalen. Die gaat echter niet van het bedrag van 10.000 EUR af, maar wordt apart betaald. De vennootschap betaalt in de praktijk dus 10.000 + 1.000 = 11.000 EUR. Wanneer de vennootschap nu in jaar X+5 zou beslissen om die 10.000 EUR uit te keren dan zal door de aandeelhouder een roerende voorheffing verschuldigd zijn van 5% op 10.000 EUR. (Die roerende voorheffing wordt ingehouden door de vennootschap). De aandeelhouder zal dus 9.500 EUR ontvangen terwijl de vennootschap 11.000 EUR betaald heeft. De totale belastingdruk bedraagt dus 13,64% en niet 15% zoals men onterecht zou kunnen vermoeden.

Indien er wordt uitgegaan van een uitkering binnen de 5 jaar dan is de belastingdruk van deze operatie 22,73% en niet 25 %.

Wanneer gaat deze regeling in werking?

Deze regeling is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015, wat meestal overeenkomt met boekjaar 2014. Dit betekent dat men voor de belaste winst van 2014 al gebruik zou kunnen maken van deze regeling.

Altijd interessant?

Zeker voor kleine vennootschappen die nu enkel dividenduitkeringen kunnen doen met een roerende voorheffing van 25% (bv: omdat ze opgericht zijn voor 1 juli 2013 en sindsdien geen kapitaalverhoging hebben gedaan) kan dit een interessante regeling zijn.

Enige planning is hierbij noodzakelijk. Immers, om een significant voordeel te doen moet men 5 jaar vooruit plannen!

Bovendien worden deze reserves "onaantastbaar", om van het voordeel gebruik te maken moet je ze immers 5 jaar laten staan op je balans.

Voor zij die er geen probleem mee hebben om 5 jaar te wachten of weten dat ze binnen X aantal jaren sowieso gaan liquideren lijkt dit een zeer lucratieve oplossing.

Gezien het feit dat er een onmiddellijke belasting is van 10% zal de staat degene die gebruik maken van deze maatregel ook dankbaar zijn wegens het onmiddellijk spijzen van de staatskas.

(februari 2015)